Op de eerste kerstdag vlogen we met de vertrouwde AirAsia naar Bali. Deze luchtvaartmaatschappij is een van de beste uitvindigen en de beroemdste merken van dit land en momenteel de leider in budget airlines in de regio. De maatschappij was opgestart in 2001 en groeide al snel uit tot een serieuze speler in de internationale luchtvaartmarkt. Momenteel vliegt AirAsia naar meer dan 61 binnenlandse en internationale bestemmingen met over 108 routes die voornamelijk in Azië liggen. Sinds kort vliegt het ook naar Londen en verschillende plekken in Australië. Werkelijk waar een winst en vooral dankzij de relatief betaalbare tarieven konden Jeff en ik vorig jaar zoveel trips maken (lees Part 1). AirAsia breidt z’n routes steeds uit en wellicht zal het in de nabije toekomst mogelijk worden om vanuit Amsterdam naar Brisbane te vliegen via Kuala Lumpur. Now everyone can fly!!!

We bleven slechts voor een nachtje in Bali in een hotel dichtbij het Ngurah Rai vliegveld aangezien we de volgende dag een vroege vlucht hadden naar Lombok, een buureiland ten oosten van Bali. De agenda was vijf dagen Lombok en vijf dagen Bali. We vlogen vanuit Denpasar naar Mataram met de lokale Trigana Airlines in zo’n modelvliegtuigje met twee propellers en waar net vijftig man inpasten. Nu is Indonesië heel berucht voor zijn alarmerend hoog aantal vliegtuigongelukken en had Jeff derhalve z’n ouders maar niets verteld.
Heelhuids aangekomen na een half uur durende vlucht die overigens prima verliep, werden we in Mataram opgehaald door de lui van Lombok Diving, de duikschool waarbij ik eindelijk m’n open water duikbrevet zou gaan behalen en Jeff voor z’n advance duikbrevet zou gaan. De reis is begonnen en man, wat vonden we Lombok fantastisch!
Het eiland wordt ook wel als het zusje eiland van Bali beschouwd. Het is er veel minder toeristisch dan in Bali en de natuur is nog redelijk onaangetast. Voor de geschiedenisfanaten onder ons, Lombok werd in de zeventiende eeuw door Nederlanders bezet, de meesten gingen zich settelen in het oostelijke deel van het eiland, terwijl het westelijke deel onder Balinees bewind viel. De Sasaks, de oudste bewoners van Lombok, kwamen in opstand tegen de Balineze overheersing in 1891 met behulp van de Nederlanders. Na een zware strijd kwam Nederland als winnaar uit de bus en werd Lombok toegevoegd aan het koloniale rijk van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, die het eiland helaas hongersnood toebracht door slecht beleid. Of was het hebzucht?!
De duikschoollui brachten ons naar ons hotel in Senggigi, het meest ontwikkelde centrum van toerisme in het hele eiland. Dan heb ik het over een straat met wat hotelletjes en restaurantjes. Heerlijk rustig. De meeste backpackers steken over naar de naburige eilandjes van Gili (Gili Meno, Gili Trawangan, Gili Air) voor het ultieme eilandleven compleet met hangmatten tussen de palmbomen, Bob Marley muziek en lokale wiet. We hebben een duikpakket voor ons geboekt: accommodatie, half board (ontbijt en diner), duiklessen, duikmaterialen en theorie-examen zaten erbij inbegrepen. Gelijk op de eerste dag had ik m’n eerste les in het zwembad (confined water) om de basisvaardigheden onder de knieën te krijgen, piece of cake eigenlijk. Ik had natuurlijk al meerderemalen hiervoor gedoken (discovery dives) in Bunaken (Sulawesi, Indonesië) en Great Barrier Reef (Australië) en na zeven jaar te hebben geroepen dat ik een duikbrevet wilde hebben was het nu tijd om die droom in vervulling te laten gaan. Jeff had een paar jaar eerder al z’n open water in Honduras gehaald en kon dus een middagje heerlijk in het zonnetje zitten terwijl ik met m’n privé instructeur aan de slag ging. Voor de komende twee dagen was het alleen maar lessen: in totaal had ik vier open water lessen (vier keer diepzeeduiken) en had Jeff vijf advance lessen. Het verschil tussen open water en advance is dat je met open water brevet tot een maximum van 18 meter mag duiken terwijl advance brevet een maximumdiepte van 30 meter toelaat. Ook mag je met je advance meer dingen doen zoals wreck dive en night dive en leer je meer handige vaardigheden zoals onderwater navigatie.
De onderwaterwereld is een heel andere wereld en duiken is absoluut een van m’n dure hobbies naast parachute springen en white water rafting. De oceaan is een gigantisch aquarium en biedt zoveel moois, grote en kleine vissen, planten, koralen, andere zeedieren, een regenboog van fascinerende kleuren, zelfs geluid klinkt anders onderwater. Na drie dagen mochten we onze tijdelijke diving pass in ontvangst nemen en ben ik nu officieel een gecertificeerde duiker. De "echte" pass kwam overigens een maandje later met de airmail uit Australië (PADI).
We hadden een dag over om het eiland te verkennen voordat we teruggingen naar Bali. Een scootertje huren en touren maar. Lonely Planet was onze bijbel en we zijn naar het zuiden van Lombok gereden waar de witte zandstranden bij Kuta op ons wachtten. Het uitzicht is schitterend en vergeleken met de Balineze versie is deze Kuta beach een absolute schoonheid. Bijna niemand op het strand, nog niet zoveel grootschalige ontwikkeling, ongerepte natuur. We reden door kleine dorpjes tussen groene rijstvelden en bananenplantages, waar het tankstation een bamboehutje is en waar benzine uit een Absolut Vodka fles rechtstreeks in de tank wordt gegoten. Blijkbaar vonden de dorsbewoners ons een bizar gezicht: lange blanke man met een helm en een Japanse achterop. Nou ja, ik kan eigenlijk voor van alles worden aangezien; in Bangkok dacht men dat ik Thais was, in Manila vroeg men of ik Tagalog sprak, in Phnom Penh gaven ze me het menu in het Khmer (Cambodjaanse taal), in Hong Kong was het nog meer lachen, ze begrepen maar niet dat ik ondanks m'n spleetogen geen enkel Chinees dialect verstond en ze hadden er minstens honderd.
De Lombokse bevolking is onwijs vriendelijk trouwens. Elke keer dat we stopten om onze LP te raadplegen voor de volgende stop, kwam er wel iemand naar ons toe om te vragen of we hulp nodig hadden. Dan stonden ze versteld op het moment dat ik m’n mond opendeed en Indonesisch sprak (toch geen Japanse blijkbaar?!). Helaas hadden we geen tijd om de vulkaan Gunung Rinjani te beklimmen, met z’n 3.725 meters een van de hoogste vulkanen van het land. Wellicht de volgende keer, alhoewel ik betwijfel hoelang het nog zal duren voordat ook Lombok wordt overmand door massatoerisme en hoge hotelgebouwen als paddenstoelen uit de grond schieten. We reden langs een bouwterrein waar binnenkort het internationale vliegveld zal staan dus over een paar jaartjes zal Lombok wel "the new Bali" zijn. En ongetwijfeld heeft AirAsia deze locatie al op het oog.
Op de een voor laatste dag van 2008 vlogen we terug naar Bali om daar het oud en nieuw door te brengen met vrienden van me uit Jakarta en ook door het eiland te reizen. Het bleek later dat ons hotel heel dichtbij het monument lag van de eerste Bali bombing in 2002 (Kuta/Legian area). De nachtclub (Sari Club) die getroffen werd was op nog geen vijf minuten loopafstand van het hotel vandaan. Deze aanslag was de grootste terroristische daad in de geschiedenis van Indonesië, met een dodental van 202 mensen, waaronder heel veel Australische toeristen. Wederom waren Jeff’s ouders niet geïnformeerd over dit feit. Hij wilde hun niet ongerust stellen want Australiërs hebben nu een liefde-haat relatie met het eiland na het hele bombing-gebeuren in 2002 en 2005, al keert de populariteit als vakantiebestemming geleidelijk aan weer terug.
Bali wordt het eiland der goden genoemd en ik kan dat alleen maar beamen. De bevolking is voornamelijk hinduïstisch en daar vind je veel tempels die eigen zijn aan het eiland en die bijvoorbeeld niet zoveel lijken op de tempels die je hier in Maleisië of India ziet. Helaas hadden we maar vijf dagen en lang niet genoeg tijd om alles te zien en doen. Dus hadden we een itinerary gemaakt van de dingen die we zeker niet wilden missen. Een lunch in Sanur, een strandgebied in het zuiden op ongeveer twintig minuten van Kuta vandaan: heerlijk Indonesisch eten en ouwe Nederlandse omaatjes en opaatjes die na hun pensioen op het eiland zijn neergestreken. Een tocht naar Tanah Lot, in het westen van het eiland: stel je een gigantische rotsformatie voor met een tempel erop gebouwd en waar slangen als goden worden aanbeden. We waren er net op tijd voor de zonsondergang, net als tien duizend andere toeristen helaas. Het uitzicht was natuurlijk weer geschikt voor vakantiekiekjes op Facebook.
Met oud en nieuw waren we op de bonnefooi de DeJaVu bar binnengegaan in de Seminyak buurt tegenover de Legian beach: deze gerenommeerde bar heef een strakke minimalistische inrichting en biedt door de locatie een perfecte beach front view. Aangezien het miezelregende was de openluchtruimte boven de bar leeg maar op het moment dat we boven kwamen, klaarde het op en hadden we onze privéruimte met relaxte loungebanken waar we 180 graden uitzicht hadden op het strand en de vijfsterrenvilla’s eromheen. Toen de klok twaalf sloeg, knalde het vuurwerk van alle kanten en was het een drukte van jewelste; het strand zat bomvol met mensen en de straat kleurde al snel rood van de knetterende rotjes. Kan ik dat ook alvast van m’n "locaties om de jaarwisseling in te luiden" lijstje afstrepen.
We zijn ook een dag naar Ubud geweest, het culturele centrum van Bali en een gezellig stadje te midden van kronkelende rijstvelden die als enorme trappen de heuvels afgolven. Er is veel kunst en traditie; men kan Balineze dans en muziek zien en beluisteren, de traditionele tempels en markten bezoeken, en in ons geval een typische Balineze kecak dans meemaken. De dansers vertellen een verhaal uit de Ramayana, terwijl ze continu met hun stembanden een hypnotisch geluid en ritme produceren die de dans haast magisch maken. Zeg maar a capella muziek die je zowat in trance vervoert. Het was echt een prachtige waarneming, vooral omdat het ’s avonds was en het krakende vuur een spectaculair lichtspel biedt en charme toevoegt aan de sfeer. Net als de muskieten trouwens. Ubud is zeker een van m’n favoriete plekken van het eiland.
De resterende dagen hadden we doorgebracht op een scooter. Natuurlijk moesten we even kijken hoe het eraan toe ging op Kuta beach, verweg de bekendste plek van het hele eiland. Het strand was bedekt met bergen afval elke twee meter. Het water was vuil en er waren veel te veel mensen. Het nadeel van ongeremde massatoerisme sinds enkele decennia. Afschuwelijk hoe mensen de natuur zoveel kunnen verpesten.
We brachten ook een bezoek aan het Uluwatu tempel, een van de oudste tempels gelegen in het meest zuidelijk puntje van Bali. Het meest opmerkelijke aan dit tempel is de locatie, trots gebouwd op een steil klif op ongeveer 70 meter boven het zee niveau. Bij de ingang worden alle bezoekers verzocht een sarong en band om hun middel te doen om respect te tonen. Je kunt vrij rondlopen op het tempelgebied met als enige uitzondering het binnenhof dat volstrekt bestemd is voor gebeden en speciale rituelen.
Het "enge" aan Uluwatu is de locale bevolking bestaande uit een leger agressieve apen die op de een of andere manier getraind zijn om bezoekers te ontdoen van hun zonnebrillen, petten, camera’s en sieraden. We werden daar ook bij de ingang voor gewaarschuwd. Ik zweette behoorlijk, of het nou kwam door de brandende evenaarzon of door de gedachte aan apendieven, het was in elk geval redelijk warm onder m’n okseltjes, maar gelukkig lieten ze me allemaal met rust. Na het bezoek aan de tempel gingen we naar Uluwatu beach, vooral bekend om de surfmogelijkheden vanwege de razend grote golven. Wederom een prachtig panorama vanuit de hoge rotsen waar we onze lunch hadden, maar helaas niet al te veel good-looking surferboys op dat moment.
Op 4 januari kwam er een einde aan onze laatste vakantie van 2008. Het was een toffe manier om het jaar af te sluiten, ondanks het feit dat de vakantie meer had gekost dan wat we ervoor hadden gebudgetteerd. Persoonlijk vond ik Lombok een stuk mooier. Bali heeft natuurlijk ook een boel te bieden, maar probeer het hoogseizoen te vermijden tenzij je het niet erg vindt om uren in de file te zitten. Rondom Kuta, Legian en Seminyak was het lawaaierig, teveel toeristen (zowel lokaal als internationaal), teveel auto's en uitlaatgassen en te commercieel. Het is Salou in het meervoud. Het echte Balineze leven proef je wanneer je meer uit de toeristencentra gaat.
In het algemeen wil ik voor dit afgelopen jaar een 8 geven. Het was een mooi jaar en dat kwam door de mensen die me opzochten (mama en Joyce), de reizen die we ondernamen in Zuidoost Azië, de Europese reunie in NL, de nieuwe dingen die ik deed, het geboorte van m’n neefje en m’n fantastisch vriendje die me door dik en dun steunde. Wat er in 2009 tot dusver is gebeurd, lees je in het volgende bericht. :)




.jpg)












