06 april 2009

Een terugblik op 2008 – Part 2

Zo. Waar was ik gebleven.

Op de eerste kerstdag vlogen we met de vertrouwde
AirAsia naar Bali. Deze luchtvaartmaatschappij is een van de beste uitvindigen en de beroemdste merken van dit land en momenteel de leider in budget airlines in de regio. De maatschappij was opgestart in 2001 en groeide al snel uit tot een serieuze speler in de internationale luchtvaartmarkt. Momenteel vliegt AirAsia naar meer dan 61 binnenlandse en internationale bestemmingen met over 108 routes die voornamelijk in Azië liggen. Sinds kort vliegt het ook naar Londen en verschillende plekken in Australië. Werkelijk waar een winst en vooral dankzij de relatief betaalbare tarieven konden Jeff en ik vorig jaar zoveel trips maken (lees Part 1). AirAsia breidt z’n routes steeds uit en wellicht zal het in de nabije toekomst mogelijk worden om vanuit Amsterdam naar Brisbane te vliegen via Kuala Lumpur. Now everyone can fly!!!

We bleven slechts voor een nachtje in Bali in een hotel dichtbij het Ngurah Rai vliegveld aangezien we de volgende dag een vroege vlucht hadden naar Lombok, een buureiland ten oosten van Bali. De agenda was vijf dagen Lombok en vijf dagen Bali. We vlogen vanuit Denpasar naar Mataram met de lokale Trigana Airlines in zo’n modelvliegtuigje met twee propellers en waar net vijftig man inpasten. Nu is Indonesië heel berucht voor zijn alarmerend hoog aantal vliegtuigongelukken en had Jeff derhalve z’n ouders maar niets verteld.

Heelhuids aangekomen na een half uur durende vlucht die overigens prima verliep, werden we in Mataram opgehaald door de lui van
Lombok Diving, de duikschool waarbij ik eindelijk m’n open water duikbrevet zou gaan behalen en Jeff voor z’n advance duikbrevet zou gaan. De reis is begonnen en man, wat vonden we Lombok fantastisch!

Het eiland wordt ook wel als het zusje eiland van Bali beschouwd. Het is er veel minder toeristisch dan in Bali en de natuur is nog redelijk onaangetast. Voor de geschiedenisfanaten onder ons, Lombok werd in de zeventiende eeuw door Nederlanders bezet, de meesten gingen zich settelen in het oostelijke deel van het eiland, terwijl het westelijke deel onder Balinees bewind viel. De Sasaks, de oudste bewoners van Lombok, kwamen in opstand tegen de Balineze overheersing in 1891 met behulp van de Nederlanders. Na een zware strijd kwam Nederland als winnaar uit de bus en werd Lombok toegevoegd aan het koloniale rijk van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, die het eiland helaas hongersnood toebracht door slecht beleid. Of was het hebzucht?!

De duikschoollui brachten ons naar ons hotel in Senggigi, het meest ontwikkelde centrum van toerisme in het hele eiland. Dan heb ik het over een straat met wat hotelletjes en restaurantjes. Heerlijk rustig. De meeste backpackers steken over naar de naburige eilandjes van Gili (Gili Meno, Gili Trawangan, Gili Air) voor het ultieme eilandleven compleet met hangmatten tussen de palmbomen, Bob Marley muziek en lokale wiet. We hebben een duikpakket voor ons geboekt: accommodatie, half board (ontbijt en diner), duiklessen, duikmaterialen en theorie-examen zaten erbij inbegrepen. Gelijk op de eerste dag had ik m’n eerste les in het zwembad (confined water) om de basisvaardigheden onder de knieën te krijgen, piece of cake eigenlijk. Ik had natuurlijk al meerderemalen hiervoor gedoken (discovery dives) in Bunaken (Sulawesi, Indonesië) en Great Barrier Reef (Australië) en na zeven jaar te hebben geroepen dat ik een duikbrevet wilde hebben was het nu tijd om die droom in vervulling te laten gaan. Jeff had een paar jaar eerder al z’n open water in Honduras gehaald en kon dus een middagje heerlijk in het zonnetje zitten terwijl ik met m’n privé instructeur aan de slag ging. Voor de komende twee dagen was het alleen maar lessen: in totaal had ik vier open water lessen (vier keer diepzeeduiken) en had Jeff vijf advance lessen. Het verschil tussen open water en advance is dat je met open water brevet tot een maximum van 18 meter mag duiken terwijl advance brevet een maximumdiepte van 30 meter toelaat. Ook mag je met je advance meer dingen doen zoals wreck dive en night dive en leer je meer handige vaardigheden zoals onderwater navigatie.

De onderwaterwereld is een heel andere wereld en duiken is absoluut een van m’n dure hobbies naast parachute springen en white water rafting. De oceaan is een gigantisch aquarium en biedt zoveel moois, grote en kleine vissen, planten, koralen, andere zeedieren, een regenboog van fascinerende kleuren, zelfs geluid klinkt anders onderwater. Na drie dagen mochten we onze tijdelijke diving pass in ontvangst nemen en ben ik nu officieel een gecertificeerde duiker. De "echte" pass kwam overigens een maandje later met de airmail uit Australië (PADI).

We hadden een dag over om het eiland te verkennen voordat we teruggingen naar Bali. Een scootertje huren en touren maar. Lonely Planet was onze bijbel en we zijn naar het zuiden van Lombok gereden waar de witte zandstranden bij Kuta op ons wachtten. Het uitzicht is schitterend en vergeleken met de Balineze versie is deze Kuta beach een absolute schoonheid. Bijna niemand op het strand, nog niet zoveel grootschalige ontwikkeling, ongerepte natuur. We reden door kleine dorpjes tussen groene rijstvelden en bananenplantages, waar het tankstation een bamboehutje is en waar benzine uit een Absolut Vodka fles rechtstreeks in de tank wordt gegoten. Blijkbaar vonden de dorsbewoners ons een bizar gezicht: lange blanke man met een helm en een Japanse achterop. Nou ja, ik kan eigenlijk voor van alles worden aangezien; in Bangkok dacht men dat ik Thais was, in Manila vroeg men of ik Tagalog sprak, in Phnom Penh gaven ze me het menu in het Khmer (Cambodjaanse taal), in Hong Kong was het nog meer lachen, ze begrepen maar niet dat ik ondanks m'n spleetogen geen enkel Chinees dialect verstond en ze hadden er minstens honderd.

De Lombokse bevolking is onwijs vriendelijk trouwens. Elke keer dat we stopten om onze LP te raadplegen voor de volgende stop, kwam er wel iemand naar ons toe om te vragen of we hulp nodig hadden. Dan stonden ze versteld op het moment dat ik m’n mond opendeed en Indonesisch sprak (toch geen Japanse blijkbaar?!). Helaas hadden we geen tijd om de vulkaan Gunung Rinjani te beklimmen, met z’n 3.725 meters een van de hoogste vulkanen van het land. Wellicht de volgende keer, alhoewel ik betwijfel hoelang het nog zal duren voordat ook Lombok wordt overmand door massatoerisme en hoge hotelgebouwen als paddenstoelen uit de grond schieten. We reden langs een bouwterrein waar binnenkort het internationale vliegveld zal staan dus over een paar jaartjes zal Lombok wel "the new Bali" zijn. En ongetwijfeld heeft AirAsia deze locatie al op het oog.

Op de een voor laatste dag van 2008 vlogen we terug naar Bali om daar het oud en nieuw door te brengen met vrienden van me uit Jakarta en ook door het eiland te reizen. Het bleek later dat ons hotel heel dichtbij het monument lag van de eerste Bali bombing in 2002 (Kuta/Legian area). De nachtclub (Sari Club) die getroffen werd was op nog geen vijf minuten loopafstand van het hotel vandaan. Deze aanslag was de grootste terroristische daad in de geschiedenis van Indonesië, met een dodental van 202 mensen, waaronder heel veel Australische toeristen. Wederom waren Jeff’s ouders niet geïnformeerd over dit feit. Hij wilde hun niet ongerust stellen want Australiërs hebben nu een liefde-haat relatie met het eiland na het hele bombing-gebeuren in 2002 en 2005, al keert de populariteit als vakantiebestemming geleidelijk aan weer terug.

Bali wordt het eiland der goden genoemd en ik kan dat alleen maar beamen. De bevolking is voornamelijk hinduïstisch en daar vind je veel tempels die eigen zijn aan het eiland en die bijvoorbeeld niet zoveel lijken op de tempels die je hier in Maleisië of India ziet. Helaas hadden we maar vijf dagen en lang niet genoeg tijd om alles te zien en doen. Dus hadden we een itinerary gemaakt van de dingen die we zeker niet wilden missen. Een lunch in Sanur, een strandgebied in het zuiden op ongeveer twintig minuten van Kuta vandaan: heerlijk Indonesisch eten en ouwe Nederlandse omaatjes en opaatjes die na hun pensioen op het eiland zijn neergestreken. Een tocht naar Tanah Lot, in het westen van het eiland: stel je een gigantische rotsformatie voor met een tempel erop gebouwd en waar slangen als goden worden aanbeden. We waren er net op tijd voor de zonsondergang, net als tien duizend andere toeristen helaas. Het uitzicht was natuurlijk weer geschikt voor vakantiekiekjes op Facebook.

Met oud en nieuw waren we op de bonnefooi de DeJaVu bar binnengegaan in de Seminyak buurt tegenover de Legian beach: deze gerenommeerde bar heef een strakke minimalistische inrichting en biedt door de locatie een perfecte beach front view. Aangezien het miezelregende was de openluchtruimte boven de bar leeg maar op het moment dat we boven kwamen, klaarde het op en hadden we onze privéruimte met relaxte loungebanken waar we 180 graden uitzicht hadden op het strand en de vijfsterrenvilla’s eromheen. Toen de klok twaalf sloeg, knalde het vuurwerk van alle kanten en was het een drukte van jewelste; het strand zat bomvol met mensen en de straat kleurde al snel rood van de knetterende rotjes. Kan ik dat ook alvast van m’n "locaties om de jaarwisseling in te luiden" lijstje afstrepen.

We zijn ook een dag naar Ubud geweest, het culturele centrum van Bali en een gezellig stadje te midden van kronkelende rijstvelden die als enorme trappen de heuvels afgolven. Er is veel kunst en traditie; men kan Balineze dans en muziek zien en beluisteren, de traditionele tempels en markten bezoeken, en in ons geval een typische Balineze kecak dans meemaken. De dansers vertellen een verhaal uit de Ramayana, terwijl ze continu met hun stembanden een hypnotisch geluid en ritme produceren die de dans haast magisch maken. Zeg maar a capella muziek die je zowat in trance vervoert. Het was echt een prachtige waarneming, vooral omdat het ’s avonds was en het krakende vuur een spectaculair lichtspel biedt en charme toevoegt aan de sfeer. Net als de muskieten trouwens. Ubud is zeker een van m’n favoriete plekken van het eiland.

De resterende dagen hadden we doorgebracht op een scooter. Natuurlijk moesten we even kijken hoe het eraan toe ging op Kuta beach, verweg de bekendste plek van het hele eiland. Het strand was bedekt met bergen afval elke twee meter. Het water was vuil en er waren veel te veel mensen. Het nadeel van ongeremde massatoerisme sinds enkele decennia. Afschuwelijk hoe mensen de natuur zoveel kunnen verpesten.

We brachten ook een bezoek aan het Uluwatu tempel, een van de oudste tempels gelegen in het meest zuidelijk puntje van Bali. Het meest opmerkelijke aan dit tempel is de locatie, trots gebouwd op een steil klif op ongeveer 70 meter boven het zee niveau. Bij de ingang worden alle bezoekers verzocht een sarong en band om hun middel te doen om respect te tonen. Je kunt vrij rondlopen op het tempelgebied met als enige uitzondering het binnenhof dat volstrekt bestemd is voor gebeden en speciale rituelen.

Het "enge" aan Uluwatu is de locale bevolking bestaande uit een leger agressieve apen die op de een of andere manier getraind zijn om bezoekers te ontdoen van hun zonnebrillen, petten, camera’s en sieraden. We werden daar ook bij de ingang voor gewaarschuwd. Ik zweette behoorlijk, of het nou kwam door de brandende evenaarzon of door de gedachte aan apendieven, het was in elk geval redelijk warm onder m’n okseltjes, maar gelukkig lieten ze me allemaal met rust. Na het bezoek aan de tempel gingen we naar Uluwatu beach, vooral bekend om de surfmogelijkheden vanwege de razend grote golven. Wederom een prachtig panorama vanuit de hoge rotsen waar we onze lunch hadden, maar helaas niet al te veel good-looking surferboys op dat moment.

Op 4 januari kwam er een einde aan onze laatste vakantie van 2008. Het was een toffe manier om het jaar af te sluiten, ondanks het feit dat de vakantie meer had gekost dan wat we ervoor hadden gebudgetteerd. Persoonlijk vond ik Lombok een stuk mooier. Bali heeft natuurlijk ook een boel te bieden, maar probeer het hoogseizoen te vermijden tenzij je het niet erg vindt om uren in de file te zitten. Rondom Kuta, Legian en Seminyak was het lawaaierig, teveel toeristen (zowel lokaal als internationaal), teveel auto's en uitlaatgassen en te commercieel. Het is Salou in het meervoud. Het echte Balineze leven proef je wanneer je meer uit de toeristencentra gaat.

In het algemeen wil ik voor dit afgelopen jaar een 8 geven. Het was een mooi jaar en dat kwam door de mensen die me opzochten (mama en Joyce), de reizen die we ondernamen in Zuidoost Azië, de Europese reunie in NL, de nieuwe dingen die ik deed, het geboorte van m’n neefje en m’n fantastisch vriendje die me door dik en dun steunde. Wat er in 2009 tot dusver is gebeurd, lees je in het volgende bericht. :)

23 februari 2009

Een terugblik op 2008 - Part 1

Er is alweer een jaar voorbij gevlogen en aangezien het nieuwe jaar volgende week alweer de derde maand ingaat, wordt het echt hoog tijd voor een terugblik op 2008.

Nieuwjaar werd ingeluid met veel vuurwerk bij het openluchtzwembad op de derde verdieping van het Mandarin Oriental hotel, direct naast de blinkende Petronas Twin Towers, het nationale boegbeeld van Maleisië. Twee vrienden van Jeff uit Australië waren toevallig hier op vakantie en we hebben dan ook samen met hun de jaarwisseling doorgebracht. Champagne en wijn, muziek en dansen, shits and giggles, the usual stuff. De foto is trouwens genomen op Luna Bar, gesitueerd op de drieenderstigste verdieping van het Pan Regency hotel en voor menigeen die me hebben bezocht, een bekend gezicht.

Mijn verjaardag viel zoals altijd slechts elf dagen later en aangezien er niets bijzonders was aan het getal 28 had ik het relaxt gevierd met vrienden thuis. Simpel maar gezellig.

Februari stond in het teken van m’n moeders bezoek, die voor twee weken naar KL kwam. Helaas moest ik grotendeels werken maar natuurlijk had ik haar ook de stad laten zien en zijn we naar Melaka en Penang gegaan voor een lang weekend. Ze was eerder voor twee maanden in Indonesië geweest en het bezoek in KL was haar laatste stopover voordat ze de vliegtuig terugnam naar Nederland. Zoals moeders dat soms kunnen zijn - of is het alleen maar de mijne? - ging ze bij aankomst spontaan het apartment opruimen en schoonmaken, boodschappen doen en koken zodat ik telkens een heerlijk bordje klaar had staan als ik thuis kwam van het werk. Ook heeft ze enkele kleren van mij gerepareerd en een paar maaltjes in de diepvries gedaan voor mij later. God wat mis ik haar.

Begin maart mochten we weer op vakantie, ditmaal naar een van de meest fascinerende landen van Zuidoost Azië, Cambodja. Daar heb ik al een beetje over verteld in
m’n vorige bericht en het gedetailleerde verhaal vind je op m’n Engelse blog.

Op dezelfde avond dat we terugkwamen uit Phnom Penh, wachtte Joyce me op op KL centraal station. Joyce en ik kenden elkaar sinds onze late tienerjaren, van de tijd toen we nog bij onze ouders woonden en een bijbaantje hadden bij de McDonald's. Ze was aan het solo backpacken rond Hong Kong, Maleisië, Thailand en Singapore en was me natuurlijk een bezoek verplicht. Wat heerlijk vond ik het om haar schelle stem weer te horen, om haar in al haar vrolijkheid weer te zien, om iemand te hebben die me al meer dan een decennium kende. Ze vertrok na een weekje om meer van het land te zien en de overtocht te maken naar Thailand, waar ze me bijna een hartaanval bezorgde toen ze me belde vanuit een ziekenhuis in Koh Samui (of was het een ander eiland). Een voedselvergiftiging en wat darmproblemen later kwam ze weer terug in KL, enigszins uitgeblust maar zoveel ervaringen rijker. Inmiddels was het april en verbleef ze weer bij mij voor enkele dagen voordat ze de bus nam naar Singapore om vandaaruit een vliegtuig terug te nemen naar Hong Kong voor een intercontinentale vlucht richting het kikkerland. En dat moest allemaal voor Koninginnenacht gebeuren want ze wilde de feesten voor geen goud missen. Ik zelf werd dit jaar uitgenodigd door de Nederlandse ambassade voor een decadente Koninginnedagviering. Ik ging me te buiten aan de gratis bitterballen en kaas en weet ik veel wat nog meer. Toegegeven niet zo geweldig als de wilde oranjefestiviteiten op het Neude en aan de Oudegracht maar het was toch een ervaring die je in NL niet zo snel zou hebben.

Joyce, nogmaals bedankt voor de gezelligheid, het was een fantastische tijd en ik wilde soms dat ik de klok terug kon draaien zodat ik je weer tegemoet kon rennen, jij met een backpack die groter was dan jezelf, in je korte broek en Dr. Martens, haast verdronken in een zee van Chinesen voor de McDonald's. Ik mis je.

Ik heb eigenlijk geen flauw idee wat er in mei gebeurde behalve de sleur van het dagelijkse leven. Wel weet ik nog heel goed dat ik de dagen ongeduldig telde want op 29 mei vlogen Jeff en ik naar Nederland. Yay! Jeff was er voor twee weken en ik kon een week langer blijven. Het
verhaal vind je ook al elders op deze blog, inclusief de Europese Reunie die ik had met AIESECers die ik in KL had leren kennen.

Juli was niet zo enerverend en wat er in augustus gebeurde, kun je
hier lezen. Het hoogtepunt van augustus was de trip naar Pulau Kapas, waar Jeff en ik ons twee jaar samenzijn vierden. Het eiland is relatief niet zo populair als de dichtbijzijnde Perhentian of Redang en dankzij dat, hadden we bijna het hele eiland voor onszelf. Een minpunt: heel veel kwallen in de zee en ik ben als de dood voor die beesten.

In september moest er natuurlijk gewerkt worden om geld te sparen voor de volgende geplande trip: de Filippijnen. Begin oktober was het Hari Raya (Suikerfeest voor de moslims) en hadden we weer een lang weekend. Met twee collega’s zijn Jeff en ik naar Manila gevlogen voor vijf dagen vakantie, wat later veel te kort bleek te zijn voor zo’n divers en groot land. Onze agenda was bomvol: een dagje in het oudste gedeelte van de hoofdstad rondgelopen, helaas met regenachtig weer; een avondje vetgoed vreten, er zijn echt zoveel verschillende Filippino specialiteiten (lees: heel veel varken); een dagtrip naar het vulkaangebied in Tagaytay; verder naar het zuiden gereden in een luxe minivan (wat eigenlijk meer kostte dan ons budget) en vanuit het stadje Batangas de boot genomen naar een ander eiland (Mindanao) en neergestreken op Sabang Beach. Pas later kwamen we erachter dat deze plek sekstoeristenbestemming nummer een was van het land. Veelste oude mannen met veelste jonge meisjes aan de armen met veelste korte rokken en veelste veel make-up. Ik voelde me bijna fout om daar te zijn. Na twee nachten waren we weer terug in Manila en hadden we op onze laatste avond een biertje gedaan in een bar die gerund werd door Hobbits, jaaa je leest het goed, kleine Aziatische mensen, voor zover dat nog mogelijk is. Kortom, al met al een mooi avontuur.


Ook had ik in dezelfde maand een business trip naar Jakarta. Deze keer werd deze verlengd met een weekendtrip naar Bandung, de hoofdstad van de provincie West-Java op ongeveer twee uur rijden van Jakarta vandaan en waar een vriendin van mij woont die ik in KL heb ontmoet. Alhoewel het de derde grootste stad is in Java, voelt ze als een klein gezellig stadje aan, met hier en daar cafeetjes verscholen in het groen. Ook merkt men dat Nederlanders zich hier ooit gevestigd hadden, met de traditionele ouderwetse herenhuizen en zelfs winkels die klappertaart verkopen.

November zullen we even skippen om dezelfde reden als mei en september – er is niet zoveel gebeurd. In tegenstelling daartoe was december een bewogen maand, van begin tot einde. Ik ging voor het eerst in m’n leven naar een “fish spa”, al een ruime tijd een blijvende trend in dit land. Het gaat als volgt in z’n werk: je wast eerst je voeten om ze vervolgens in een kunstmatige vijver te stoppen waar honderden Garra Rufa visjes in zwemmen. Deze visjes komen oorspronkelijk uit Turkije en vinden dode huidcellen een delicatesse. Door aan je voetjes te nibbelen zorgen deze visjes voor een specialistische behandeling die geneeskrachtige wonderen verricht. Dat zeggen ze dan, lijkt me meer een marketingpraatje eigenlijk.

We hadden gekozen voor een half uur behandeling en het kostte me tien minuten alleen al om m’n voeten in het bad te stoppen, al die krioelende zwarte zwembeestjes in het water, da’s toch een beetje bizar. Uiteindelijk heeft Petra met kracht m’n voeten in het water geduwd en vervolgens lachtte ik me dood voor ongeveer vijftien minuten. Ze waren overal: tussen mijn tenen, rond mijn teennagels, onder mijn voeten. Het kietelde onwijs en ik kon gewoon niets anders doen dan keihard als een klein kind te gieren, wat aanstekelijk werkte en heel de vijver lachtte met ons mee (of ze lachtten me uit, dat kon natuurlijk ook). Gezellige boel alom. En toen ik eenmaal gewend raakte aan het tril- en zuiggevoel en me eindelijk kon onstpannen, was onze tijd om en moesten we afscheid nemen van de visjes, die vervolgens rustig naar andere voeten in de buurt toe zwommen voor meer eten. Fish spa is een aanrader als je in deze regio bent. Het effect is net alsof je naar een stand-up comedy gaat maar dan een beetje anders. Plus je krijgt er schone voeten van.

Na dit visvermaak gingen we naar KLCC Convention Center om een lezing bij te wonen van Bill Clinton. Het was georganiseerd door Sekhar Foundation ter ere van ene B.C. Sekhar, een van Maleisische prominente figuren die het groot maakte in de rubberindustrie en naar wie de Foundation genoemd is. Het is niet elke dag dat je een president in levende lijve kunt zien en aangezien de lezing vrij toegankelijk was, wilde ik wel eens horen wat Clinton te melden had. Er kwamen minder mensen dan verwacht en eerlijk gezegd vond ik het een beetje teleurstellend: Clinton sprong van de hak op de tak en het was duidelijk dat hij z’n speech niet voorbereid had. Hij sneed wel enkele interessante onderwerpen aan, waaronder groene energie en de toekomst gezien de economische crisis.

December was ook de maand waarin Jeff ging trouwen met Hanneke. Het was voor een TV-reclame bedoeld voor de Europese markt. Ze moesten een neusspray promoten en het eindproduct was eigenlijk best goed. Mijn mannetje zag er echt heerlijk uit ondanks z’n veel te kleine pak en ik had een flash forward naar de toekomst. Hanneke bleek ook een superlief kind te zijn, kind zeg ik want ze is nog maar zestien jaar oud. Oorspronkelijk uit Engeland en is met de vader naar dit land geimmigreerd. Ze doet veel fotoshoots en andersoortig modellenwerk, niet slecht voor een bijbaantje toch?!

Helaas kan ik de videoclip nog niet op mijn blog uploaden aangezien de reclame nog niet officieel uit is. Ik ben bang dat ik anders een onrechtmatige daad pleeg en aangeklaagd word wegens het schenden van regels met betrekking tot het onrechmatig verveelvoudigen en publiceren van auteursrechtelijk beschermde werken. Of zoiets dergelijks.

Hoogtepunt van de maand is zonder twijfel de geboorte van m’n neefje
Jaydey, die op dit moment van schrijven inmiddels alweer 2.5 maanden is. Een scheet van een ventje en ik kan niet wachten om hem te zien. Opmerkelijk is trouwens dat het voor ons Nederlanders volstrekt normaal is om een kind te hebben zonder dat je getrouwd bent, zoals het geval is met mijn broertje Irvin en z’n vriendin Celine. Probeer dit echter aan een Aziaat hier uit te leggen en je krijgt al snel scheve blikken vol met vraagtekens. Een buitenechtelijk kind is hier een bron van schaamte, vooral als je de moeder bent.

En toen was het weer Kerst. Voor de derde keer in m’n leven zat ik in Kuala Lumpur met tropisch weer de kerstboom op te tuigen. Bij wijze van spreken dan want dit jaar was ik te lui om me daarmee bezig te houden. Zoals de traditie betaamt - die overigens pas drie jaar geleden werd ingevoerd dus kun je nu al van een traditie spreken eigenlijk - deden we aan Secret Santa met wat vrienden. We trokken lootjes, schreven gedichten voor degene die we hadden en kochten een leukigheid voor een acceptabel budget: het lijkt eigenlijk heel veel op Sinterklaas. Dit jaar echter hadden we een vette maal voorbereid compleet met kalkoen uit de oven (dus niet een afhaalkip), verschillende salades, cranberry sauce, tiramisu voor dessert en wijn.

De rest van de feestdagen, vanaf 25 december tot en met 31 december, zaten we in Indonesië. Dat verhaal komt in het tweede gedeelte van deze terugblik.

Stay tuned!

14 december 2008

Jaydey

12 December 2008

Dear all, I have just gotten a baby nephew. His name is Jaydey. I am happy but alone with my joy so I thought I share this great news with you! Vodka at my place tonight!

Het nieuws bereikte me om 20.27 lokale tijd (13.27 Nederlandse tijd). Mijn neef werd geboren nog geen half uurtje ervoor na een bevalling van 22 uur. Mijn broertje is nu vader, wat me dus officieel tante maakt. We wisten allemaal dat Jaydey vroeg of laat moest komen, Celine was namelijk al twee weken geleden uitgerekend.

Blijdschap overspoelde me, maar er was toevallig niemand die dat gelukkige moment met mij kon delen. Ik stuurde smsjes naar vrienden over de hele wereld. Een per een stroomden de felicitaties binnen. Maar er miste iets. De fles vodka ging open en daar zat ik dan in m’n eentje van binnen te glimlachen.

Ik sprak mijn zusje, mijn broertje, zijn vriendin, mijn moeder en mijn vader. Vian was onwijs enthousiast, Irvin klonk hees en haast in ongeloof nog, Celine was doodop en opgelucht dat het allemaal achter de rug was, mijn moeder vroeg me wanneer ik naar huis kwam en mijn vader leek redelijk onverschillig.

Er was slechts één advies dat ik voor mijn broertje had: "Word de vader die je zelf nooit hebt gehad." En met die woorden vloeiden de tranen vrijelijk uit mijn ogen. Deels omdat ik gelukkig was, deels omdat ik niet bij mijn familie was, waar ik op dat moment het meest hoorde te zijn.

Jaydey, moge jij een heel goed leven tegemoet gaan. Je kersverse ouders zullen ervoor zorgen dat je niets tekort komt. Ik zweer plechtig dat ik heel hard mijn best zal doen om een hele goede tante voor je te zijn. Vergeef me voor mijn afwezigheid. Hopelijk kan ik je over enkele maanden zien, ruiken, knuffelen en zoenen.

03 december 2008

Dilemma

Een dilemma. Mijn vriendje heeft een aanbod gekregen om in een TV reclame te spelen voor een bepaald merk neusspray product. Vergoeding is RM 1.000 (ongeveer 200 euro), wat best veel geld is voor Maleisische standaarden. Ik vroeg waar het verhaal over ging. De storyboard die hij kreeg bestond uit vijf power point slides. De setting is een huwelijksceremonie: bruid en bruidegom. Bruidegom niest. Verder weten we niet hoe het precies zal lopen of hoe het product wordt gepromoot. En aangezien de reclame is bedoeld voor Europa (of zoiets westers), zullen alle acteurs en actresses wel blanken zijn.

Mijn vriendje speelt de bruidegom. Er zit een kans dat hij z’n bruid moet zoenen. Dat is nou eenmal wat men doet als de priester je verklaart man en vrouw te zijn. Ik ben geen acteursvrouw en m’n wenkbrauwen springen automatisch op bij het idee dat hij gaat lekkerbekken met een bloedmooie, totaal vreemde, blanke vrouw. Ook al is het maar acteren.

Aan de andere kant, duizend ringgit is heel veel geld. Daar kan hij z’n Advance Dive Course van gaan betalen in Lombok. Maar toch hè, het zit me stiekem toch niet helemaal lekker. Niet dat ik zo onzeker ben maar welke vrouw zou het leuk vinden om haar man met een andere vrouw te zien? Al helemaal in een huwelijkscontext.

De shoot is op aanstaande zaterdag in de vroege ochtend. Ik twijfel of ik mee moet gaan of niet. Aan de ene kant, het lijkt me best leuk om zo’n productie van dichtbij te maken. Aan de andere kant, het is heel vroeg in de ochtend en ik wil niet dat hij gaat denken dat ik alleen maar mee wil zodat ik hem in de gaten kan houden. Wat ik eigenlijk ook wel zou doen een beetje als ik mee zou gaan. Laten we nou eerlijk wezen.

Het is veel geld. Misschien wordt er ook niet gezoend. Maar als het zo zou zijn, zouden er implicaties zijn? Hij verzekert me van niet. Ik vind het onwijs gaaf dat hij z’n 15 minutes of fame gaat krijgen. Ik zou het ook onwijs gaaf vinden als de bruid een lelijk, oud en dik mormel zou zijn. Maar helaas leven we niet in een fantasiewereld. Lelijke, oude en dikke mormels zijn geen reclame-materiaal, dat is nou eenmaal wat mainstream Hollywood voorschrijft.

Anyway, ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik me zou moeten voelen hierover. Een dilemma.

21 november 2008

Reiziger


Ik bevind me weer eens op Kuala Lumpur International Airport, een van de beste vliegvelden ter wereld. Het is weer voor een business trip naar Jakarta. Ken je die opwinding die je hart doet kloppen op het moment dat je het vliegtuig in mag? Of de gelukzaligheid en de heerlijke spanning als je voor de glazen schuifdeuren bij de Aankomsthal staat te popelen totdat je de persoon(-en) ziet op wie je wacht? Nou, al dat gevoel slijt enigszins weg wanneer het vliegveld een maandelijkse bestemming wordt. Ik kan dat hele traject van bagage inchecken tot boarding pass afgeven inmiddels wel dromen. En als ik nou eens voor een keertje heel goed oplet, kan ik vast ook de veiligheidsinstructies die ze laten zien in het vliegtuig voor het opstijgen thuis helemaal nadoen.

Nu word ik niet meer zo enthousiast over het land in en uit vliegen, al helemaal niet over dat hele gedoe van je koffer moeten inpakken voor de reis. Tenzij het voor vakantie is, dan is het natuurlijk anders. Vakantie doe je in je vrije tijd. Zo niet een business trip. Je neemt je bikini meestal dan ook niet mee voor zo’n trip. Je garderobe is meestal zwart en wit, nette hakschoentjes en laptop inclusief.

Overigens wil ik niet klinken als zo’n arrogant businessvrouwtje dat maar klaagt over het vliegtuigeten, de irritante passagiers of andere onbenulligheden, het is meer een gewaarwording dat vliegvelden nu schijnbaar saaier voor me zijn dan ze ooit in het verleden waren. Natuurlijk zitten er leuke kanten aan een business trip: je ziet weer eens wat anders in de wereld, ontmoet veel mensen, ontwikkelt je vaardigheden (wat ze dan ook mogen zijn), spendeert geld van de baas, en in het geval van Jakarta, kan ik ook m’n familie en vrienden wat vaker zien (in tegenstelling tot degenen die helaas ver weg in het kikkerland zitten).

Na ruim een jaar van dienst te zijn geweest moest m’n paspoort vervangen worden omdat hij vol zat met stempels en visa, vooral visa van Indonesië. Zo’n visum neemt namelijk een heel pagina in beslag en kan maar voor één trip gebruikt worden. Omdat er natuurlijk meer trips in het vooruitzicht stonden, moest ik bij de Nederlandse Ambassade te Kuala Lumpur enkele maanden geleden een nieuw paspoort aanvragen. Deze keer ging ik voor een business paspoort, want die heeft namelijk twee keer zoveel pagina’s als een normale. Lijkt me wel zo makkelijk aangezien ik een doorgewinterde reiziger ben. Het oude paspoort zit tegenwoordig stof te vergaren in m’n kast en de voorpagina zit vol gaten: ik wilde dit paspoort namelijk houden en men moest het ongeldig maken door dus gaten erin te zetten. Waarom wilde ik dit paspoort houden? Voor de stempels, de visa, de herinneringen, we hebben samen behoorlijk wat kilometers in deze wereld afgereisd en het blijft een van m’n meest waardevolle bezittingen.

Een verrassende observatie die ik eerder had was dat ik merkte hoezeer ik trots was op m’n door onze Koningin toegewezen nationaliteit. Indonesië is een van de landen waar de meeste buitenlanders (ASEAN paspoorthouders uitgezonderd) een entry visum voor moeten regelen. Voor reizigers uit een stuk of vijftig landen kan het visum op aankomst worden verkregen, inclusief alle Europese Unie landen. Meestal sta ik dan in de rij tezamen met andere visum verplichtigen, vooral blanke mannen in pak. Deels onbewust proberen m’n ogen de paspoorten te vinden die meestal in de hand worden vastgehouden om erachter te komen uit welk land de eigenaren dan komen. En soms heb ik stiekem zoiets van "Ja, ik ben Nederlands. Jij lekker niet." Vraag me niet waarom ik zoiets raars in m’n hoofd kan hebben. Lang leve de naturalisatie in elk geval. Niet dat ik m’n afkomst wil verloochenen, dat never nooit niet. Maar laten we nou eerlijk zijn, een EU paspoort is toch verdomd handig.

Vliegvelden zijn een transit plek, mensen gaan altijd ergens heen en blijven er vanzelfsprekend nooit rondhangen. Soms bespeur ik een zekere treurigheid in de lucht, niet zozeer afgegeven door de plek zelf, maar meer door de aanwezige mensen: zij die altijd maar van hot naar her gaan (zoals ondergetekende) en zij die er werken, die er misschien nooit weg kunnen en zich nooit kunnen mengen met de reizigers (zoals duty free winkelbedienden) en die soms moeten aanzien hoe debiel "newly born" toeristen zich kunnen gedragen. En soms betrap ik mezelf op het verlangen dat m’n hart alleen in m’n hoofd durft uit te spreken, dat ik het liefst naar huis wil. Soms ligt dat "huis" in de armen van m’n mannetje, soms neemt het de vormen aan van Utrecht. Het wil nogal verschillen. Maar het is altijd een van de twee.

Desondanks blijft reizen toch in m’n bloed zitten. De gedachte dat ik weer een nieuw land mag bezoeken zal m’n hartslag altijd sneller doen slaan. Inmiddels heb ik negen verschillende vliegvelden in de Aziatische regio gezien in the name of business en het ziet eruit dat we voorlopig moeten blijven tellen. Natuurlijk weet ik dondersgoed dat business trips part of the job zijn en dat ik ten alle tijden m’n best moet doen om het maximale uit zulke trips te halen. En daarom kan ik m’n vakantietrips nu ook des te meer appreciëren, want deze trips zijn voor mijzelf. Niet voor het bedrijf waar ik voor werk, niet voor m’n baas, m’n klanten, m’n business partners, maar voor mezelf. En vaak ook voor Jeff dan eigenlijk.

Zo’n verheuglijke trip komt aan het eind van volgende maand. Met Kerst en Oud en Nieuw zullen Jeff en ik naar Bali en Lombok gaan. Bali wordt ook het eiland der goden genoemd. Het verhaal gaat dat de goden vanuit hun troon ergens hoog in de hemel eens op onze aarde neerkeken op zoek naar een geschikte plek om zich op de aarde te vestigen. Toen vonden ze het paradijs in Bali en besloten daar neer te dalen. Ik heb veel mooie verhalen gehoord en idem dito foto’s gezien, ik wil nu zelf zulke mooie verhalen vertellen en idem dito foto’s maken. De laatste keer dat ik Bali bezocht is inmiddels bijna zeventien jaar geleden dus het wordt tijd voor een herontdekking. Wie weet wat ik daar zal vinden...

14 november 2008

Vakanties

Laatst zeiden vrienden van ons dat Jeff en ik zo'n mazzelpikken zijn dat we dit jaar zo vaak op vakantie konden gaan. Pas toen realiseerde ik dat het inderdaad waar was. Reizen zit ons toch echt in het bloed.

In februari besloten Jeff en ik om de trein te nemen naar Ipoh, een stad in en tevens de hoofdstad van provincie Perak slechts drie uur van Kuala Lumpur vandaan. Het is de derde grootste stad van Maleisië met een voornamelijke Chinese bevolking. Daar het toevallig Chinees Nieuwjaar was, dachten wij dat de hele stad feest zou vieren en wilden we dus van de festiviteiten meegenieten. Helaas troffen we een spookstad aan: alles was gesloten en er was nauwelijks iemand te bekennen op straat. Blijkbaar vierden de Chinezen feest achter gesloten deuren.

Twee Chineze vrienden van ons komen uit Ipoh en waren dat weekend dan ook thuis om met de familie het Nieuwjaar in te luiden. We brachten een bezoek aan Alicia's moeder's beroemde Siew Yoke (knapperig geroosterd varkensvlees) marktstal. Een van de beste Chineze gerechten - halleluja pork! - die vooral wordt geserveerd als snack tijdens het mahjong spelen dat tot vroeg in de ochtend kan duren. Vandaar dat moeder's stal dan ook tot vijf uur in de ochtend openblijft om de stromende klanten van varkensvlees te voorzien.

De resterende dagen zijn we door de stad rondgeslenterd, hebben we Chineze tempels bezocht, massage gehad en lekker lui gedaan. Wellicht gaan we er nog een keer heen en hopen we deze keer dan meer mensen tegen te komen.

Cambodja volgde in maart en persoonlijk was dit een van de meest enerverende en geestverrijkende reis die ik tot nu toe heb ondernomen. Er is zoveel in dat land: grootsachtige tempels waar je mond van openvalt, prachtige natuur, vriendelijke mensen, onvoorstelbare gruwelheden en levende slachtoffers van het Khmer Rouge regime, pracht en praal in de hoofstad Phnom Penh, ik kan nog wel eventjes doorgaan. Het uitgebreide verhaal kun je op m'n Engelse blog terugvinden.

In juni was dan de korte terugkeer naar Nederland, welk verhaal je elders in deze blog kunt lezen. Eind augustus - zoals dat is geweest in de afgelopen drie jaar - gingen we traditiegewijs naar een tropisch eiland. Maleisië viert hun jaarlijkse Hari Merdeka en wij vieren onze anniversary. Dit jaar was het alweer twee jaar, wat ook wel Cotton Anniversary wordt genoemd. Daar kwam ik achter nadat ik arrangementen had gemaakt voor een vakantiepakket op Pulau Kapas, dat in het Engels Cotton Island heet. Grappig toch?!

De foto's spreken eigenlijk voor zich. Helder water, blauwe lucht, adembenemende zonsopgang en -ondergang, het zand zo fijn, aanzichtkaartenidee. Er waren ook niet zoveel mensen daar aangezien de meeste toeristen zich op Perhentian of Redang bevonden, dus hadden we de meeste dagen heel veel eiland voor onszelf. Een privéstrand kilometers ver en niemand die je lastigvalt, kun je je dat voorstellen???

---

In october vlogen we naar de Filippijnen, een land dat bestaat uit 7.107 eilanden en dat je zeker gezien moet hebben als je in Azië bent. Weer een stempel in m'n paspoort yay! Hier komt nog wel een aparte post voor inclusief foto's (ze zijn inmiddels te vinden op Multiply en Facebook). Andere trips in het vooruitzicht zijn Bali en Lombok met Kerst en Oud en Nieuw, Jakarta, Bangkok en Nieuw Zeeland. Verhalen dus te zijner tijd.

Inderdaad... ik ben echt een mazzelpik! :)

Wat er in augustus gebeurde

Onlangs kwam ik erachter dat je met Picasa leuke collages kunt maken van al je foto's. Onwijs handig eigenlijk want zo kan ik voortaan met behulp van zulke collages samenvattingen schrijven van al het gebeurde en hoop ik m'n blog wat vaker te kunnen updaten.

De foto's hierboven zijn van augustus. Wat is er allemaal gebeurd in die maand (in chronologische volgorde):

  • Een reguliere drankavond met de "usual suspects" in het eerste weekend die leidde tot gekke foto shoot momenten (foto 11 ~ de meest decente).

  • HR Conference 2008, het jaarlijks terugkerende event dat Jeff dit jaar volledig heeft georganiseerd voor zijn bedrijf.

  • Het bezoek van Jeff's vader Ron, broer Michael en broer's vriendin Megan ter ere van het netgenoemde event (foto 8). Ze waren in KL voor vijf dagen en vader was beretrots op z'n zoon. We waren uitgenodigd voor de Cocktail Party ter afsluiting van de twee dagen conference en ik heb schaamteloos zitten zuipen aan de briljante martini's.

  • Cotton Anniversary: Jeff en ik vierden ons twee jaar samenzijn bij een Koreaans restaurant. Vorig jaar gingen we Thai style, dit jaar kozen we voor Koreaanse BBQ (foto's 4 en 12). Het gerecht dat je ziet op foto 10 is een salade van rauw biefstuk, zoete peer en rauw ei. Het vereist enigszins dapperheid om het in je mond te krijgen maar als je eenmaal over het idee heen bent, is de smaak eigenlijk super.

  • Ladies night op woensdagavond in Bar 21 (foto 6). Dat werd natuurlijk veel te laat met als gevolg dat ik het de volgende dag moest bezuren.

  • Een dagje wandelen in het Forest Research Institute Malaysia (FRIM) met vrienden (foto's 2, 3, 5 en 9).

  • Punjabi pre-huwelijksfeest van een collega's nichtje (foto's 1 en 7): de bruid was aanwezig, echter niet de bruidegom. Hij en z'n familie waren niet welkom.
Al in al nogal een feestelijke maand. Augustus werd afgesloten met een lang weekend trip naar een tropisch eiland aan de oostkust van Maleisië, maar dat komt in het volgende bericht.

13 november 2008

Home sweet home


Mijn "vakantie" in Nederland lijkt alweer zo lang geleden. En de drie weken vlogen in een flits voorbij. Het was Jeff's eerste keer in Europa (als je de tijd die hij spendeerde op transit op Heathrow Airport niet meerekent). Voor hem was het om te kijken hoe NL eigenlijk was, om mijn familie en vrienden te ontmoeten, maar vooral voor vakantie. Voor mij was het heerlijk thuiskomen, de verlangde wederkeer naar mijn stadsie Utrecht en de glimlach van zoveel mensen.

Ik had een goed leven in NL en ik denk dat ik dat nog steeds zal hebben als ik besluit om weer terug te komen. Wat mij het meest dierbaar is gebleken zijn de banden die ik heb met m'n familie en vrienden, dat is van onbetaalbare waarde. Sommigen kennen me al meer dan een decennium, in het geval van familie is het zelfs mijn hele leven. Iets dat hier - in Maleisië - absoluut ontbreekt. Dát en rondtoeren op de fiets. Fietsen is hier een vorm van publieke zelfmoord. Daar doet men dus niet aan.

Ik kreeg toen ook te horen dat mijn broertje en zijn vriendin een baby verwachten: als het goed is wordt het kind eind November geboren. Ik was wel eventjes perplex want dat had ik zeker niet verwacht. Ik word tante??? Mijn god wat word ik oud. Zelf moet ik er niet aan denken om nu een kind op de wereld te brengen. Naast al het lichamelijke ongemak tijdens en na de zwangerschap (wanneer alles gaat hangen en zakken), ben ik er geestelijk en emotioneel nog niet aan toe. Want in tegenstelling tot mijn broertje en zusje die ieder langzaam maar zeker een gesettled leven aan het opbouwen zijn, zie ik de wereld als mijn speeltuin en speel ik ontdekkingsreiziger. Hij heeft allang het huisje, boompje, beestje (een groen vogeltje welteverstaan) en gauw ook een erfgenaam die de familienaam voort kan zetten. Zij heeft recentelijk een eigen apartement gekocht en werkt keihard aan haar carriëre in de modewereld. En ik? Ik denk nog in termen van "volgende vakantiebestemming" en "lang leve de lol". Oke, wellicht niet helemaal waar want volgend jaar moet er een knoop doorgehakt worden en dat is mij toch een grote knoop! Maar zorgen voor later.

Anyways, de vakantie in NL was een erg gelukkige periode. Jaarclubeten met Elfis Precious, borrelen, koffie leuten, wijntje doen, het EK meemaken (verdomde Russen), lachen met vrienden ~ dat was fantastisch. Ook hebben we de toerist uitgehangen (vooral Jeff dan): de Dom beklommen, in Scheveningen uitgewaaid, de Drielandenpunt bezocht (zulke duizelingwekkende hoogte), Amsterdam, Den Haag, Heerlen en Maastricht. En natuurlijk Utrecht, heel veel Utrecht.

Volgend jaar weer. Will keep you posted...

Europese KL Reunie, juni 2008


Er was eens een meisje uit Nederland dat op AIESEC stage ging in Kuala Lumpur, Maleisië. Daar ontmoette ze veel mensen uit verschillende werelddelen en al gauw onstonden er goede vriendschapsbanden. Een per een ging iedereen weer terug naar zijn/haar eigen land en ruim een jaar later werd er besloten om een reunie te houden in Amsterdam voor iedereen die op dat moment in Europa was. Er werd per vliegtuig gereisd uit Maleisië, Finland, Denemarken, Engeland, Scotland; met de trein uit Duitsland; met de bus uit België en per auto in het eigen kikkerland.

Wat was het leuk om elkaar weer te zien. Opeens voelde het meisje zich toerist in het eigen kikkerland en moest haar Duitse vriendin haar uitleggen hoe men van het Rembrandtplein naar het Rokin moest lopen. Het mocht maar een weekendje duren maar het was zeker voor herhaling vatbaar.

AIESEC verbroedert u!